Van vele journalistieke genres heb ik me inmiddels bediend, maar het zelfinterview was mij tot nog toe vreemd. Ik hoop dat ik het een beetje bescheiden in omvang zal weten te houden, anders zou mijn ego mogelijk dezelfde proporties gaan aannemen. En dat is zowel voor u als voor mij onwenselijk en onaangenaam.
Deze rubriek beperkt zich tot schaakbiografische gegevens. Dat scheelt. De regels van het schaakspel heb ik geleerd van mijn vader in ’s-Gravenhage, waar ik 51 jaar geleden geboren werd en opgroeide. Maar de liefde voor het spel kreeg ik dankzij de krant, die ik dagelijks las en waar ik in 1985 verslagen las van de tweekamp om de wereldtitel tussen Kasparov en Karpov. De magie van het denkspel intrigeerde me en ik speelde alle partijen na.
Kasparov was mijn eerste schaakheld, die spoedig gezelschap kreeg van Jan Timman, jaren lang Best of the West, en zelfs kortstondig nummer twee van de wereld (al was dat voor mijn tijd).
Ik bleef trouw de schaakrubrieken in de kranten lezen, met name die van Gert Ligterink in de Volkskrant en Hans Ree in NRC. Decennia lang scoorde ik elke zaterdag die twee kranten om de partijen na te spelen. Groot was mijn treurnis toen vorig jaar eerst NRC en vervolgens ook de Volkskrant stopte met de schaakrubriek.
Er werden nog vele helden toegevoegd aan die eerste twee. Kortsjnoi, Short, Topalov, Anand, Van Wely, Carlsen, de lijst is lang, en begon zelfs namen uit grijze verledens te tellen: Tal, Tartakower, Bogoljubov.
Al die jaren schaakte ik nauwelijks zelf partijen, op wat cafépotjes na. Op zeker moment, nu ruim tien jaar geleden, ging een van mijn zonen op schaken en vergezelde ik hem altijd naar de clubavonden bij Philidor, en naar toernooien. Ik ontdekte hoe leuk schaken op een club is, maar omdat ik altijd mijn zoon na de jeugdavond naar huis moest brengen, kon ik niet de aansluitende volwassenenavond meemaken.
Toen hij na een aantal jaren zijn belangstelling voor schaken verloor, werd ik meteen zelf lid en ging ik voortaan op de club schaken. Op 16 januari 2018 speelde ik mijn eerste echte schaakpartij met klok. Dat was tegen Leandro Slagboom (1-0 verloren), die onlangs Nederlands Kampioen onder 18 jaar is geworden. Hij maakt grote kans om mijn volgende held te worden.
Op 1 november 2022 besloot ik eens bij SCL te gaan kijken. Ik speelde die avond tegen Ryan (ik won, al was het slechts met 1-0). Ik was meteen verkocht: een grote vereniging, er werd soms aan dertig borden geschaakt! De sfeer is gemoedelijk, het schaken wordt ook nog wel eens gerelativeerd (al blijft het gelukkig de allerbelangrijkste bijzaak in het leven), het café voor de derde helft is gezellig, ik tref hier meer schakers van mijn eigen bescheiden niveau, kortom: alleen maar voordelen. In de FSB speel ik nog steeds voor Philidor, want ik vind het ook leuk om bij die vereniging betrokken te blijven.
Nu is dit artikel toch nog langer geworden dan ik me voorgenomen had. Ik geef de pen maar snel door aan Wim van Zeijl.